ECLI:NL:GHDHA:2024:2264
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen schending artikel 40 Wet WOZ bij verstrekking gegevens in bezwaarfase
De heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag stelde de WOZ-waarde van een woning vast op €589.000 voor het jaar 2022. Belanghebbende maakte bezwaar en verzocht om verstrekking van onderliggende gegevens zoals KOUDV-factoren, liggingsfactoren en indexeringscijfers. De heffingsambtenaar verklaarde deze gegevens niet te gebruiken in de bezwaarfase en stelde een matrix met deze gegevens pas in beroep op.
De Rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Het Hof overwoog dat wat de heffingsambtenaar niet heeft, hij ook niet hoeft te verstrekken. Het feit dat belanghebbende onvoldoende inzicht had om de WOZ-waarde te controleren, leidt niet tot een schending van artikel 40 Wet Pro WOZ.
Belanghebbende stelde dat de heffingsambtenaar niet of verkeerd indexeerde, maar aangezien de WOZ-waarde niet langer in geschil was, werd dit niet inhoudelijk behandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.