Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
uitspraak van 22 oktober 2024
[X] te [Z] ( [buitenland] ), belanghebbende,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het geschil
.
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van een appartement uit 2002 met diverse voorzieningen. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2022 vast op €932.000 en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze waarde en oordeelde dat de correcties voor kwaliteit en voorzieningen, alsmede de afnemende meeropbrengst, op marktanalyses zijn gebaseerd en voldoende onderbouwd zijn.
In hoger beroep betwist belanghebbende de hoogte van de correcties en de methode voor afnemende meeropbrengst, met name de toepassing van de wortelmethode. Het Hof oordeelt dat de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar met een systematische marktanalyse en matrix de waarde adequaat heeft bepaald. De aangevoerde argumenten van belanghebbende zijn onvoldoende onderbouwd.
Het Hof wijst erop dat waardering geen exacte wetenschap is en dat de toegepaste correcties van €225 per m2 voor kwaliteit en voorzieningen redelijk zijn. De wortelmethode wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en ongeschiktheid voor alle woningtypen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en proceskostenveroordeling achterwege gelaten.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €932.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.