Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 10 juli 2023, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 29 juni 2023;
- de memorie van grieven, tevens houdende incidentele akte ingevolge artikel 843a Rv van [appellante] van 18 juli 2023, met bijlagen;
- het arrest van dit hof van 22 augustus 2023, waarin een enkelvoudige mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 7 december 2023, en de daarin genoemde stukken;
- de memorie van antwoord, tevens houdende conclusie van antwoord in het incident ex artikel 843a Rv van Nationale-Nederlanden, van 7 december 2023, met bijlage.
3.Feitelijke achtergrond
4.Beoordeling in hoger beroep in het incident en de hoofdzaak
- de USB-stick zoals aangegeven in rov. 2.32 van de rechtbank te Rotterdam d.d. 22 maart 2023;
- alle producties die bij nadere akte overlegging producties zijn overgelegd
- alle geluidsopnamen en beeldopnamen die van alle betrokken personen zijn gemaakt;
- alle deskundigenrapporten die voorhanden zijn waarin iets staat over deze geluidsopnamen en beeldopnamen;
- alle (overige) processtukken die in de zaak van de rechtbank tegen de drie hoofdverdachten zijn gewisseld (inclusief producties);
- alle stukken die ook maar enigszins gerelateerd kunnen zijn aan de zaak van [appellante] c.q. aan de zaak van de drie hoofdverdachten.
5.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 29 juni 2023;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Nationale-Nederlanden begroot op € 3.535,-;
- bepaalt dat als [appellante] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellante] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-.