ECLI:NL:GHDHA:2024:1614
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W.M.G. Visser
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde garageboxen na hoger beroep tegen te hoge waardering
Belanghebbende, eigenaar van 20 garageboxen, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van €45.000 per box voor het jaar 2021. De heffingsambtenaar had deze waarde gebaseerd op vergelijkingsmethoden met verkoopgegevens van soortgelijke objecten. De rechtbank oordeelde reeds dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en wees het beroep ongegrond.
In hoger beroep handhaafde het Gerechtshof Den Haag dit oordeel. Het hof stelde vast dat de heffingsambtenaar de waardering voldoende had onderbouwd met marktgegevens en dat de vergelijkingsobjecten passend waren gekozen. De stellingen van belanghebbende over een te hoge waarde en een gebrek aan onderbouwing werden niet voldoende gegrond bevonden.
Ook het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de termijn van twee jaar niet was overschreden. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €45.000 per garagebox wordt bevestigd.