Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 19 oktober 2023 waarmee de vrouw in hoger beroep is gekomen van twee vonnissen van de rechtbank Rotterdam, beide van 6 september 2023 en beide tussen partijen gewezen (hierna ook: de bestreden vonnissen) en waarin de vrouw vijf grieven heeft aangevoerd;
- de memorie van antwoord van de man, met bijlagen.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Hoger beroep bij één dagvaarding tegen twee vonnissen
- een echtscheiding slechts door de Iraanse ambassade wordt geregistreerd indien naast de Nederlandse echtscheidingsbeschikking een sharia-scheidingsakte wordt overgelegd, waarmee het belang van de vrouw bij een religieuze echtscheiding is gegeven;
- het weigeren van medewerking door de man onrechtmatig is dus moet de man die medewerking verlenen;
- bij een echtscheiding in de vorm van een khul’a de man dan kan verlangen dat de vrouw afstand doet van de bruidsgave;
- de vrouw geen bezwaar heeft gemaakt tegen de khul’a als de vorm van een religieuze echtscheiding. Daarom zal de rechtbank bepalen dat de echtscheiding moet plaatsvinden in de vorm van een khul’a;
- in de door de geestelijke op te maken akte vermeld moet worden dat de vrouw de man heeft gecompenseerd door af te zien van de bruidsgave.
7.Beslissing
- bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 6 september 2023 met rolnummers [nummer 3] en [nummer 2] ;
- compenseert de proceskosten tussen partijen aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.