Partijen, samenwoners en ouders van een tweeling waarvan één kind is overleden, zijn uit elkaar gegaan. De vrouw woont tijdelijk met het jongste kind bij haar moeder. De man en vrouw hebben gezamenlijk een huurwoning.
De vrouw vordert exclusief gebruik van de woning, de man betwist dit en komt in hoger beroep tegen een eerdere uitspraak die de vrouw het gebruiksrecht toekende. Het hof beoordeelt het spoedeisend belang en de belangen van partijen, waarbij het belang van het kind op een stabiele woonplek doorslaggevend wordt geacht.
Het hof acht de vrouw de hoofdopvoeder van het kind, wijst de grieven van de man af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.