Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 1 oktober 2019 te Den Haag, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, één of meerdere ambtena(a)r(en), te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] (in zijn/hun hoedanigheid van raadslid en/of wethouder van de gemeente Den Haag), één of meerdere gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en), te weten -zakelijk weergegeven -:
Inleiding
Inhoud van de tenlastelegging
Deelvrijspraken
Ambtenaar
Gift, belofte of dienst aan een ambtenaar
Betalingen advertenties en campagnebus
[bedrijf 1] betaalde daaraan mee, want op 20 juli 2017 maakte zij € 1.500,- aan de Vereniging over voor ‘factuur 55, bijdrage campagnebus’.
Hoi [verdachte], Naar welk factuuradres kunnen de facturen voor de lokale kranten? Dat is dat budget van 30.000 euro dat we besproken hebben bij [horecagelegenheid]. Geef vanmiddag een overzicht aan je mee.” Het bedrag van € 30.000,- was op de begroting voor de campagne gekomen, een begroting waarvoor, zo volgt uit getuigenverklaringen, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] mede verantwoordelijk waren.
Ter zake van het etentje op 24 september 2018 bij [restaurant] kan het hof niet vaststellen of sprake is van een gift, omdat niet bekend is wie dat betaald heeft. Dit etentje laat het hof daarom verder buiten beschouwing.
Oogmerk, ten gevolge of naar aanleiding (verband)
met het oogmerk om hem te bewegen in zijne bediening iets te doen of na te laten” (artikel 177 lid 1 sub Pro 1 Sr) en met “
ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten” (artikel 177 lid 1 sub Pro 2 Sr).
Omvang, frequentie en moment van de giften
Als je wat wilde dan moest je dat zelf financieren”, zo verklaarde de campagnemanager van de Partij. Het campagneteam van de Partij was enthousiast over het idee van de aanschaf van een campagnebus. De verdachte maakte in die tijd deel uit van het campagneteam. Ook [medeverdachte 2] en [betrokkene 2] maakten daarvan deel uit. Toen [betrokkene 2] en de verdachte de bus in juni 2017 voor de Vereniging kochten, betaalde (het bedrijf van) de verdachte € 7.750,- voor de aanschafkosten aan het autobedrijf. Op 15 juni 2017 is de bus op naam van de Vereniging gezet. De verdachte heeft zijn betaling nooit aan de Vereniging teruggevraagd.
[de Partij], Het beste voor onze stad, Ouderen Partij Den Haag, voor zalencentrum [zalencentrum]-Alians”. De verdachte toonde zo al direct in 2014 zijn betrokkenheid bij de Partij. Er zijn duidelijke aanwijzingen in het dossier dat de verdachte al in die eerste jaren vrienden werd met [medeverdachte 1] (zonder dat er aanwijzingen zijn dat dat toen in ruil voor giften was).
want je kon de stad veranderen. Dat vond ik hard nodig. (…) Ik vond de standpunten van de partij goed.”. Hij heeft ook verklaard: “
Ik kwam er op een gegeven moment achter dat je tot de politiek doordringt als je in de krant staat; daarvoor kwam ik er niet doorheen. Bij [medeverdachte 1] kwam je gelijk in de raad. Hij zorgde dat erover gesproken werd en dan wilde iedereen wel iets betekenen. Zo kon je aandacht krijgen voor je zaak.”.
“we gebruiken mekaar”en over dat zijn broer [verdachte] achter de Partij zit “
en veel beslist over hoe of wat”. Het hof kan aan deze uitingen geen bewijs tegen de verdachte ontlenen voor de hem tenlastegelegde omkoping. Voor het hof is namelijk (voldoende) aannemelijk geworden dat de uitlatingen van [medeverdachte 3] vaak niet betrouwbaar zijn, met name vanwege zijn persoonlijkheid. Gehoorde getuigen noemen hem “
een opscheppertje en een bluffer” en “
een praatjesmaker”. Het hof acht dan ook ten aanzien van genoemde uitlatingen ondersteuning van andere bewijsmiddelen noodzakelijk. Dat is evenwel niet, althans onvoldoende, voorhanden.
“ik moest dingen voor jullie regelen”,acht het hof te vaag en weinig concreet om vast te kunnen stellen dat [medeverdachte 1] in verband met de giften van de verdachte iets in zijn bediening aan het regelen was waarbij hij niet meer neutraal, vrij, onbevooroordeeld, onafhankelijk of objectief besliste in relatie tot de verdachte of terwijl hij hem een voorkeursbehandeling gaf.
Conclusie