ECLI:NL:GHDHA:2023:930
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over eenzijdige wijziging arbeidsvoorwaarden tijdens coronapandemie
In deze zaak vorderen twee werknemers, appellanten, betaling van gemiste cao-loonsverhogingen die Selecta Netherlands B.V. vanwege de coronapandemie eenzijdig opschortte en annuleerde. Selecta had met instemming van de ondernemingsraad (OR) maatregelen genomen om haar financiële positie te beschermen, waaronder het uitstellen en uiteindelijk annuleren van loonsverhogingen.
De kantonrechter wees de vorderingen van appellanten af, waarna zij in hoger beroep gingen. Het hof beoordeelde of Selecta op grond van het eenzijdig wijzigingsbeding in de arbeidsvoorwaarden gerechtigd was deze maatregelen te nemen. Het hof nam daarbij artikel 7:613 BW Pro in acht, dat een belangenafweging vereist waarbij het zwaarwegende belang van de werkgever moet prevaleren boven het belang van de werknemer.
Het hof concludeerde dat Selecta voldoende feiten en omstandigheden had gesteld en onderbouwd, waaronder omzetdalingen en liquiditeitsproblemen door lockdowns en thuiswerkadviezen, die een zwaarwegend belang vormden. De maatregelen waren noodzakelijk om de continuïteit van de onderneming te waarborgen. Hoewel appellanten financieel werden benadeeld, was dit beperkt omdat het om het niet doorvoeren van loonsverhogingen ging en niet om een loonoffer.
Het hof oordeelde dat het aanbod van Selecta om de lonen per 1 juni 2022 met 5% te verhogen onder voorwaarden redelijk was en dat het niet accepteren van dit aanbod niet leidde tot definitieve schrapping van alle loonsverhogingen. De vorderingen tot nabetaling van achterstallig salaris werden afgewezen en de eerdere vonnissen van de kantonrechter bekrachtigd. Appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellanten af en bekrachtigt de vonnissen van de kantonrechter.