ECLI:NL:GHDHA:2023:697
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te laat ingediend beroepschrift in belastingzaak
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode van oktober 2013 tot september 2016, inclusief een verzuimboete en belastingrente. Na gedeeltelijke toewijzing van het bezwaar door de Inspecteur, diende belanghebbende een tweede bezwaar in, wat niet is toegestaan volgens de belastingwetgeving. Dit tweede bezwaar werd door de rechtbank aangemerkt als een beroep, maar dat beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag. Tijdens de mondelinge behandeling gaf belanghebbende aan zich aanvankelijk bij de uitspraak op bezwaar te hebben neergelegd en pas later in beroep te zijn gegaan vanwege invorderingsrente en -kosten. Het hof oordeelde dat het te late indienen van het beroepschrift aan belanghebbende kan worden toegerekend en dat er geen omstandigheden zijn die dit verzuim rechtvaardigen.
Daarom bevestigde het hof de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te laat ingediend beroepschrift.