In deze civiele procedure vorderden Charterers tussenkomst in het hoger beroep tussen Marlow c.s. en ITF c.s. over de naleving van een clausule die bepaalt dat sjorwerkzaamheden op containerschepen tot 170 meter in bepaalde havens door havenwerkers moeten worden uitgevoerd. Charterers, reeds gevoegde partij in eerste aanleg, wilden een eigen vordering instellen tegen ITF c.s. wegens onrechtmatig handelen van FNV, wat niet mogelijk is als gevoegde partij.
Het hof overwoog dat Charterers een zelfstandig belang hebben bij tussenkomst vanwege de nadelige gevolgen van het vonnis en het belang om een eigen vordering te kunnen instellen. De vordering tot tussenkomst is niet in strijd met de goede procesorde, ook al leidt dit tot een langere procedure en een mogelijke andere wending van het geschil.
Het hof besloot de tussenkomst toe te staan, de zaak naar de rol te verwijzen voor verdere procedure en de rolvoeging met het andere hoger beroep van Charterers te bepalen. De beslissing over de proceskosten blijft aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.