ECLI:NL:GHDHA:2023:2969
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling winkeldiefstal en opzetheling met niet-ontvankelijkverklaring benadeelde partij in schadevordering
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand voor winkeldiefstal en opzetheling, met aftrek van voorarrest, en tot de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken. In hoger beroep bevestigt het hof deze strafoplegging.
De tenlastelegging betrof het wegnemen van goederen uit een winkel en het verwerven van een scooter waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze door misdrijf was verkregen. De benadeelde partij had een schadevergoeding van €500,- gevorderd wegens schade aan de scooter.
Het hof oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de schade aan de scooter heeft veroorzaakt en verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De schadevordering dient bij de burgerlijke rechter te worden ingediend. Verder wordt het vonnis van de politierechter bevestigd, behalve voor het onderdeel van de schadevordering.
De benadeelde partij wordt veroordeeld in de kosten van de verdediging van de verdachte tegen de schadevordering, welke kosten voorlopig op nihil zijn begroot. Het arrest is gewezen door drie rechters, waarvan één niet medeondertekende.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling voor winkeldiefstal en opzetheling en verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de schadevordering.