De zaak betreft een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte waarin een restaurant werd geëxploiteerd. De huurder, [appellante], betaalde sinds september 2022 geen huur meer, waardoor een aanzienlijke huurachterstand ontstond. De verhuurder, Succes Factory, vorderde ontruiming en betaling van de achterstallige huur en boetes.
De voorzieningenrechter wees de ontruiming toe maar wees de geldvorderingen af. In hoger beroep bevestigde het hof de ontruiming en wees tevens de vorderingen tot betaling van de huurachterstanden en boetes toe. Het hof oordeelde dat de wegwerkzaamheden in de omgeving geen onvoorziene omstandigheden zijn die de huurder ontslaan van haar betalingsverplichting.
De huurder voerde aan dat zij de huur binnen afzienbare tijd zou kunnen voldoen en dat de belangenafweging anders uitviel, maar het hof vond de betalingsachterstand te groot en het zicht op verbetering onvoldoende. De contractuele boete werd toegewezen, maar de wettelijke handelsrente werd afgewezen vanwege het boetebeding in de huurovereenkomst.
Het hof veroordeelde de huurder tot betaling van de achterstallige huur, de lopende huur tot ontruiming, de boetes en de proceskosten, en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.