Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 28 december 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Feiten
- [adres 1] , [postcode 1] , [woonplaats]
- [adres 2] , [postcode 2] , [woonplaats] "
verz. 31/3/2020".
Gerechtshof Den Haag
De heffingsambtenaar stelde bij beschikkingen van 29 februari 2020 de WOZ-waarden van twee onroerende zaken vast en legde aanslagen op. Belanghebbende diende een bezwaarschrift in dat volgens hem op 31 maart 2020 was verzonden, binnen de wettelijke termijn van zes weken. De heffingsambtenaar ontving het bezwaarschrift echter pas op 8 juli 2020 en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig was ontvangen, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk was. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij het bezwaarschrift wel tijdig had verzonden, maar kon geen bewijs leveren dat het daadwerkelijk was ontvangen of aangeboden aan de heffingsambtenaar.
Het hof acht aannemelijk dat belanghebbende het bezwaarschrift op 31 maart 2020 heeft verzonden, maar de heffingsambtenaar heeft geloofwaardig ontkend het te hebben ontvangen. Omdat belanghebbende geen aanvullend bewijs kon leveren en geen omstandigheden stelde die het niet-ontvankelijk verklaren konden weerleggen, bleef het bezwaar niet-ontvankelijk. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en onvoldoende bewijs van ontvangst.