ECLI:NL:GHDHA:2023:2675
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- C.M. Warnaar
- A.A.F. Donders
- H.A. Schipper
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding kinderen naar Nigeria gelast ondanks verzet moeder in internationale ontvoeringszaak
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Den Haag die de terugkeer van haar twee minderjarige kinderen naar Nigeria gelastte. De vader had de teruggeleidingsprocedure gestart nadat de moeder met de kinderen in Nederland was gebleven, terwijl het gezin oorspronkelijk vanuit Nigeria naar Nederland was gereisd met het plan om door Europa te reizen.
Het hof oordeelt dat Nigeria de gewone verblijfplaats van de kinderen was op het moment van vertrek naar Nederland en dat de moeder de kinderen vanaf 16 januari 2023 ongeoorloofd in Nederland heeft achtergehouden. Het beroep van de moeder op de weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 sub b van Pro het Haags kinderontvoeringsverdrag, dat terugkeer zou leiden tot ondragelijke situaties of gevaar voor de kinderen, slaagt niet wegens onvoldoende onderbouwing.
Ook het beroep op het IVRK faalt, aangezien niet aannemelijk is dat de kinderen bij terugkeer van de moeder worden gescheiden. Het hof legt een voorlopige voogdijmaatregel op aan het Leger des Heils om de teruggeleiding te begeleiden en beveelt de moeder de kinderen uiterlijk 3 januari 2024 terug te brengen naar Nigeria. Indien zij dit nalaat, dient zij de kinderen met geldige reisdocumenten aan de vader af te geven. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof gelast de terugkeer van de kinderen naar Nigeria uiterlijk 3 januari 2024 en legt voorlopige voogdij op aan het Leger des Heils.