ECLI:NL:GHDHA:2023:2536
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.A. de Hek
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- R.M. Hermans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en afwijzing vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning die door de Heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk is gewaardeerd op €265.000 voor het belastingjaar 2020. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en wees het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
In hoger beroep betwist belanghebbende de vastgestelde WOZ-waarde en de afwijzing van de immateriële schadevergoeding. Het Hof onderschrijft het oordeel van de Rechtbank dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede op basis van het waarderapport met vergelijkingsobjecten en de juiste toepassing van kubieke meterprijzen en correctiefactoren.
De overschrijding van de redelijke termijn wordt erkend, maar het Hof volgt de Rechtbank in de beoordeling dat de vertraging primair te wijten is aan de beperkte beschikbaarheid van de gemachtigde van belanghebbende, waardoor geen vergoeding van immateriële schade wordt toegekend.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De WOZ-waarde van €265.000 wordt bevestigd en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.