Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
[appellant 1] ,
[appellant 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag hebben appellant 1 en appellant 2 een verzoek ingediend tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Dit verzoek was gerelateerd aan een geschil over de nalatenschappen van hun ouders, waarbij onder meer de vraag speelde wie het economisch eigendom van een woning toekomt en of geïntimeerde afstand heeft gedaan van zijn aanspraak op de nalatenschap van hun vader.
De mondelinge behandeling vond plaats op 9 november 2023, waarbij partijen hun standpunten konden toelichten. Geïntimeerde voerde gemotiveerd verweer tegen het verzoek en betoogde dat appellanten geen belang meer hadden bij het voorlopig getuigenverhoor gezien de stand van de procedure.
Het hof oordeelde dat de procedure in hoger beroep voldoende was uitgekristalliseerd en dat het duidelijk was waar de bewijslast lag. Daarom zag het hof geen belang meer bij het houden van het voorlopig getuigenverhoor. Om verdere escalatie van het familierechtelijke conflict te voorkomen, besloot het hof de proceskosten te compenseren door iedere partij zijn eigen kosten te laten dragen.
De beschikking werd op 5 december 2023 uitgesproken door de kamer bestaande uit Boelens, Labohm en Zonneveld, bijgestaan door griffier De Witte-Renkema.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen en iedere partij draagt eigen proceskosten.