De Vereniging van Eigenaren (VvE) vorderde betaling van achterstallige bijdragen van een appartementseigenaar, waaronder een eenmalige bijdrage van €5.000 en maandelijkse bijdragen van €550. De eigenaar betwistte de geldigheid van de besluiten en het incassomandaat.
Het hof oordeelde dat de besluiten rechtsgeldig waren genomen met de vereiste gekwalificeerde meerderheid, conform de akte van splitsing en het toepasselijke modelreglement. De aanwezigheid van 75% van de stemmen en het unanieme besluit voldeden aan de wettelijke eisen.
Het incassomandaat was eveneens geldig en de VvE had de juiste procedure gevolgd door tweemaal aan te manen voordat een deurwaarder werd ingeschakeld. De stelling dat de aanmaningen niet waren ontvangen werd verworpen.
De appellant voerde ook aan dat de offerte voor schilderwerk exorbitant was en het besluit onredelijk, maar het hof concludeerde dat de VvE de goedkoopste offerte had gekozen en onvoldoende bewijs was geleverd om het beroep op redelijkheid en billijkheid te honoreren.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de appellant in de kosten van het hoger beroep.