Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank : C/09/599353 / HA ZA 20-886
1.[…] Beheermaatschappij B.V.,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 22 maart 2022, waarmee CB EooD in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 december 2021;
- de memorie van grieven van CB EooD, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van [verweerder] c.s., met bijlage;
- de schriftelijke pleitnota’s van partijen van 25 april 2023.
3.Feitelijke achtergrond
A“Buyers” for euros 8,50 (eight euros and fifty eurocents) for each share “SNOW”.
B“Buyers”. The call option right will give Investor
B“Buyers” during any moment within the period of 3 (three) years counted from the date of payment of the call option premium, the right to purchase 580.000 shares “SNOW” for a fixed price of euros 7, - (seven euros) per 1 (one) share “SNOW” from “Seller”. The call option premium is euros 2,50 (two euros and fifty eurocents) per 1 (one) share “SNOW”.
Cto purchase 540.000 shares of the corporation Snowworld Leisure N.V. conducted under the Dutch Chamber of Commerce number 39039138 (“Snow ”shares listed on the Amsterdam Stock Exchange registration code NL0010627865) by Chamber of Commerce number 39039138 (“Snow ”shares listed on the Amsterdam Stock Exchange registration code NL0010627865) by Investor
C“Buyers”. The call option right will give Investor
C“Buyers” during the period of 3 (three) years counted from the date of payment of the call option premium, the right to purchase 540.000 shares “SNOW” for a fixed price of euro 7, - (seven euros) per 1 (one) share “SNOW” from “Seller”. The call option premium is euro 2,50 (two euros and fifty eurocents) per 1 (one) share “SNOW”.
A, Investor
Band Investor
C, “Buyers” to be disclosed in order to conduct a successful and Complete Due Diligence (DL). (…).
due diligenceonderzoek uitgevoerd.
zelfons bevestigen dat de due diligence succesvol was uiterlijk die datum ons gegevens worden verstrekt waaruit tot genoegen van ons blijkt dat de kopers over de benodigde financiële middelen beschikken, en dat ons uiterlijk die datum serieus te nemen concept-koopovereenkomsten worden toegezonden.”
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht
purchase agreement) was geëindigd.
planned purchase, planned acquisition) diende Thema Lee redelijkerwijs te begrijpen dat de verkoper zich daarin nog niet (definitief) tot levering van aandelen en opties op aandelen had verbonden. Wel zijn partijen in de MOU een tijdpad overeengekomen dat zou moeten leiden tot een drietal uiterlijk 20 januari 2017 te sluiten
purchase agreements, onder uitdrukkelijk voorbehoud van goedkeuring van die nog op te stellen overeenkomst door de directies van partijen. Binnen dit tijdpad moest een
due dilligenceonderzoek zijn afgerond en moesten nog de twee investeerders ‘B’ en ‘C’ worden gevonden voor de koop van de twee pakketten opties op aandelen SnowWorld, dat onderdeel was van de in de MOU beschreven geplande transactie. Ook het feit dat de bemiddelingsovereenkomst erop was gericht om ‘voor 20 januari 2017 een onherroepelijke koopovereenkomst’ tot stand te brengen wijst erop dat voor die datum van definitieve (‘onherroepelijke’) gebondenheid nog geen sprake was. CB EooD heeft geen concrete feiten of omstandigheden gesteld of te bewijzen aangeboden die tot een ander oordeel kunnen leiden.
purchase agreementsvoor 20 januari 2017 zullen worden gesloten. Uit de onder 3.9 en 3.11 en 3.13 weergegeven e-mails blijkt dat [verweerder] c.s. (of [CFO Snowworld] namens [verweerder] c.s.) ook bij herhaling erop hebben gewezen dat de termijn van 20 januari 2017 voor hen ‘hard’ was en een ‘deadline’ vormde. Dit is toen door de bemiddelaars of Thema Lee ook niet weersproken en ook in deze procedure heeft CB EooD niet (althans niet voldoende gemotiveerd) gesteld dat de termijn in dit geval een andere strekking heeft. Vast staat dat op 20 januari 2017 geen
purchase agreementszijn getekend. In lijn met hun eerdere verklaringen hebben [verweerder] c.s. vervolgens op 20, 23 en 25 januari 2017 aan de bemiddelaars meegedeeld dat zij zich na het verstrijken van de termijn niet langer aan de MOU gebonden achtten.
purchase agreementop 27 februari 2017 ‘binnen de in de MOU genoemde termijnen’ was verzonden’, ziet zij eraan voorbij dat de MOU uitging van een drietal op 20 januari 2017 ondertekende koopovereenkomsten en een daaropvolgende
levering[curs. hof] voor 28 februari 2017. Vast staat verder dat de twee
purchase agreementsover de aandelenopties toen evenmin (met de vereiste goedkeuring door de wederzijdse directies) tijdig tot stand zijn gekomen.
purchase agreements, een stadium dat ook op 7 maart 2017 niet was bereikt. Uit de transcriptie volgt ook niet dat ( [bestuurder CB EooD] namens Thema Lee mocht begrijpen dat) [verweerder] zich toen al in afwijking van de MOU mondeling definitief tot levering wenste te verbinden. Uit de in de transcriptie opgenomen verklaringen volgt veeleer dat [verweerder] toen met [bestuurder CB EooD] de eerder afgebroken besprekingen opnieuw is aangegaan en dat toen is gesproken over diverse aspecten van de transactie, [verweerder] heeft meegedeeld dat hij op 10 maart met de CFO een afspraak zou inplannen en er werd afgesproken een en ander op 21 maart 2017 verder te bespreken.