In de strafzaak tegen verzoeker heeft deze op 12 oktober 2023 een mondeling wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren van de meervoudige strafkamer. Het verzoek betrof onder meer de beslissing van het hof om het Openbaar Ministerie wel toe te laten tot beeld- en geluidsopnamen en de verdachte niet, de ontijdige verklaring van het preliminaire niet-ontvankelijkheidsverweer, en vermeende bewijsvervalsing door knip- en plakwerk in de tenlastelegging.
De wrakingskamer oordeelt dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken maakt dat rechterlijke tussenbeslissingen en hun motivering niet als grond voor wraking kunnen dienen, tenzij er objectief gerechtvaardigde aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De kamer concludeert dat de beslissingen en motivering van het hof niet als zodanig kunnen worden beschouwd en dat de vrees van de verdachte voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd is.
Ook de stelling dat de tenlastelegging bewijsvervalsing bevat, raakt niet aan de vermeende vooringenomenheid van de raadsheren. Daarom wijst de wrakingskamer het verzoek zonder behandeling af en bepaalt dat een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan alle betrokken partijen.