Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Rolnummer rechtbank : C/09/634558/KG ZA 22-787
arrest van 13 juni 2023 (bij vervroeging)
Het geding
- de appeldagvaarding van 28 oktober 2022, waarbij de man hoger beroep instelt tegen het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 4 oktober 2022, hierna: het bestreden vonnis;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de zijde van de vrouw, met producties;
- de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de man;
- het procesdossier uit de eerste aanleg.
Korte weergave van de zaak
- de man veroordeeld tot: (alsnog) afname van alle aandelen van de vrouw in het kapitaal [besloten vennootschap] ;
- de man veroordeeld tot medewerking aan de afkoop dan wel andere wijze van beëindiging van twee polissen bij Allianz;
- de man veroordeeld tot medewerking aan de in het convenant van 20 oktober 2006 overeengekomen pensioenverevening, door het door de man aanwijzen van een deskundige pensioenadviseur.
- de vrouw zal verbieden het tussen partijen gewezen vonnis van 25 mei 2022 van de rechtbank Den Haag (verder) ten uitvoer te leggen, waaronder begrepen het doen leggen van beslag ten laste van de man ter incasso van dwangsommen en te bepalen dat de vrouw een dwangsom van € 1.000,- per dag verschuldigd is voor iedere overtreding van dit verbod;
- de vrouw zal veroordelen tot terugbetaling aan de man van een bedrag van € 88.697.94 binnen 48 uren na betekening van het te wijzen arrest, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het verhaal tot de dag van terugbetaling;
- met veroordeling van de vrouw in de proceskosten in beide instanties.
Beoordeling van het hoger beroep
- De man was tot kort na het vonnis van 25 mei 2022 in de veronderstelling dat de overdracht van de aandelen zonder notariële akte zou kunnen plaatsvinden. Direct nadat hem bleek dat een notariële levering wel noodzakelijk was, anders dan in het vonnis van 25 mei 2022 is overwogen, heeft hij een notaris ingeschakeld om de levering van de aandelen te bewerkstelligen. De koopsom voor de aandelen heeft hij tijdig voldaan en daarmee heeft hij in economische zin de aandelen afgenomen.
- In tegenstelling tot wat de voorzieningenrechter heeft geoordeeld, is in het dictum van het eindvonnis niet opgenomen dat de goederenrechtelijke levering van de aandelen al binnen 14 dagen na betekening van het vonnis een feit zou moeten zijn. Uit het dictum van het eindvonnis van 25 mei 2022 blijkt op geen enkele wijze dat ook de goederenrechtelijke levering van de aandelen binnen de gegeven termijn voltooid moet zijn.
- De strekking van de veroordeling in het eindvonnis van de rechtbank moet tot richtsnoer worden genomen in die zin dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel.
- Om aan de veroordeling te voldoen had de man een notaris moeten inschakelen. Op 1 juni 2022 wist de man dat de tussenkomst van een notaris noodzakelijk was.
- De bodemrechter heeft de man in twee los van elkaar staande veroordelingen veroordeeld tot betaling van de koopsom en tot afname van de aandelen.
- Een dwangsom kan niet worden opgelegd in geval van veroordeling tot betaling van een geldbedrag dus de rechtbank kan niet de bedoeling hebben gehad die dwangsom te koppelen aan de betalingsverplichting van de man
Beslissing
- verbiedt de vrouw het tussen partijen gewezen vonnis van 25 mei 2022 van de rechtbank Den Haag (verder) ten uitvoer te leggen, waaronder begrepen het doen leggen van beslag ten laste van de man ter incasso van dwangsommen;
- veroordeelt de vrouw tot terugbetaling aan de man van een bedrag van € 88.537,64 binnen 48 uren na betekening van dit arrest, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf drie dagen na de dagtekening van dit arrest tot de dag van algehele voldoening en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- compenseert de proceskosten aldus dat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt.