ECLI:NL:GHDHA:2023:1088
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en afwijzing vergoeding immateriële schade wegens vertraging
Belanghebbende, eigenaar van een vrijstaande woning met diverse voorzieningen, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en vorderde een lagere waarde en vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Heffingsambtenaar van de gemeente Westland had de waarde vastgesteld op € 841.000, welke na bezwaar werd verminderd tot € 794.000. De Rechtbank wees het beroep van belanghebbende af en wees ook het verzoek om immateriële schade af.
In hoger beroep bevestigde het Gerechtshof Den Haag de uitspraak van de Rechtbank. Het hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, onder meer door een taxatierapport, een matrix met vergelijkingsobjecten en onderbouwing van de waarderingsmethodiek. De vergelijkingsobjecten waren voldoende vergelijkbaar en de verschillen waren adequaat verwerkt. De klachten over de taxateur en de waarderingswijze werden verworpen.
Ten aanzien van het verzoek om vergoeding van immateriële schade stelde het hof vast dat de overschrijding van de redelijke termijn van circa vijf maanden grotendeels aan het procesgedrag van de gemachtigde van belanghebbende toe te rekenen was. De gemachtigde had een zeer grote hoeveelheid zaken en beperkte beschikbaarheid, waardoor de voortgang werd vertraagd. Ook was er vertraging door het late betalen van griffierechten. Hierdoor was geen sprake van bijzondere omstandigheden die een vergoeding rechtvaardigen.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt bevestigd op € 794.000 en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen wegens vertraging door procesgedrag van de gemachtigde.