ECLI:NL:GHDHA:2023:1018
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor witwassen wegens onvoldoende bewijs van criminele herkomst geldbedrag
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor witwassen van een bedrag van 21.885 euro, maar stelde hoger beroep in tegen deze veroordeling. Het hof heeft het dossier en de stukken opnieuw onderzocht en vastgesteld dat het geld afkomstig was van betalingen van een bedrijf op de bankrekening van de dochter van de verdachte.
Hoewel er sprake was van valse arbeidsovereenkomsten tussen het bedrijf en de dochter, is niet gebleken dat het geld een crimineel karakter droeg. De advocaat-generaal kon geen ander concreet misdrijf aanwijzen dat de herkomst van het geld zou verklaren.
Het hof concludeert dat het niet wettig en overtuigend bewezen is dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig was, en spreekt de verdachte daarom vrij. Het eerdere vonnis wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht door vrijspraak uit te spreken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is bewezen dat het geldbedrag uit een misdrijf afkomstig was.