ECLI:NL:GHDHA:2022:467
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep internationale kinderontvoering: teruggeleiding geweigerd wegens acute psychische nood minderjarige
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag waarin de terugkeer van een minderjarige vanuit Nederland naar België werd gelast op grond van het Haagse Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De moeder verzet zich tegen deze teruggeleiding en stelt dat de minderjarige in Nederland in acute psychische nood verkeert.
Het hof heeft vastgesteld dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige onmiddellijk voorafgaand aan zijn verblijf in Nederland in België lag, waar hij met instemming van de moeder verbleef. De vader had geen toestemming gegeven voor de vasthouding in Nederland. Volgens het Verdrag dient de terugkeer in beginsel te worden gelast tenzij een weigeringsgrond geldt.
De moeder voerde aan dat terugkeer het kind zou blootstellen aan een ondragelijke toestand wegens ernstige psychische problemen en angst. Het hof concludeerde dat de minderjarige daadwerkelijk in acute psychische nood verkeert, wat een ondragelijke toestand vormt in de zin van artikel 13 lid 1 sub b HKOV Pro. Objectieve informatie over de situatie bij de vader ontbrak, maar de angst en lijdensdruk van het kind waren voldoende om terugkeer te weigeren.
Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking en wees het verzoek tot teruggeleiding af. Tevens werd de bijzondere curator ontslagen en werd opdracht gegeven tot deskundige begeleiding om het contact tussen het kind en de vader te bevorderen. De stukken worden doorgeleid aan de Centrale Autoriteit in België voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot teruggeleiding en wijst het verzoek tot terugkeer van de minderjarige naar België af wegens acute psychische nood.