Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
in of omstreeks de periode vanop22 juli 2019
tot en met 24 juli 2019 te 's-Gravenhage en/of te Soest, in elk gevalin Nederland, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen,opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft
/hebbenberoofd en/of beroofd gehouden, door
/of (vervolgens
)
bij de nek te pakken en/ofin een nekklem vast te pakken en
/ofeen knietje in zijn ribbenkast te geven en
/ofenkele vuistslagen tegen zijn hoofd te geven en
/of
/of (vervolgens
)
/ofte beletten om zijn auto te verlaten en
/of
/of
een hard voorwerp(mogelijk een vuurwapen) in/tegen de rug van [slachtoffer 1] te duwen en/of
/of (vervolgens
)in een andere auto (auto 2) te duwen.
en/of
het hoofd van die [slachtoffer 1] te bedekken met een shirt en/of naar beneden te duwen, zodat hij niks kon zien en/of
[slachtoffer 1] (hierna: de aangever) is in de vroege avond van maandag 22 juli 2019 door een aantal mannen ontvoerd. Hij is in Den Haag met geweld in zijn eigen auto, een[auto 1], meegenomen en vervolgens in Benthuizen in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1]geplaatst. Vervolgens is de aangever overgebracht naar een woning gelegen aan het [adres] te Soest – de woning van medeverdachte [medeverdachte 2]- waar hij tot en met woensdag 24 juli 2019 is vastgehouden en bedreigd. De broer van de aangever werd gedurende de vrijheidsberoving meermalen telefonisch onder druk gezet om losgeld te betalen. Pas na het betalen van het losgeld, zou de aangever worden vrijgelaten. Op 24 juli 2019 is de aangever door medeverdachte [medeverdachte 3] meegenomen naar zijn eigen huis in Den Haag, alwaar de politie een einde heeft gemaakt aan de situatie.
Het staat voorts onvoldoende vast dat de verdachte op enig moment aanwezig is geweest bij de (telefoon)gesprekken over het losgeld met de aangever, de broer van de aangever en/of[slachtoffer 3]. Het oogmerk op de afpersing kan dan ook niet bewezen worden verklaard.
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden.
5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 1.338,68 (duizend driehonderdachtendertig euro en achtenzestig cent) bestaande uit € 375,18 (driehonderdvijfenzeventig euro en achttien cent) materiële schade en € 963,50 (negenhonderddrieënzestig euro en vijftig cent) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.338,68 (duizend driehonderdachtendertig euro en achtenzestig cent) bestaande uit € 375,18 (driehonderdvijfenzeventig euro en achttien cent) materiële schade en € 963,50 (negenhonderddrieënzestig euro en vijftig cent) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
23 (drieëntwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.