ECLI:NL:GHDHA:2022:278
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A. van Dongen
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardebepaling bouwkavel en proceskostenvergoeding Wet WOZ
Belanghebbende, eigenaar van een bouwkavel bestemd voor een appartementencomplex, stelde dat de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde te hoog was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar kende belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
In hoger beroep betwistte belanghebbende opnieuw de waarde en stelde dat de vergelijkingsobjecten ongeschikt waren. Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan met een taxatierapport en dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De klachten van belanghebbende over formele tekortkomingen en het vertrouwensbeginsel werden verworpen.
Verder oordeelde het Hof dat de overschrijding van de redelijke termijn voor de berechting in eerste aanleg aan de rechter toe te rekenen was, waardoor de Staat en niet de heffingsambtenaar verantwoordelijk is voor de proceskostenvergoeding en het griffierecht. Het verzoek om immateriële schadevergoeding in hoger beroep werd afgewezen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de veroordeling van de heffingsambtenaar in proceskosten en griffierecht betrof, bevestigde de rest van de uitspraak, en veroordeelde de Minister voor Rechtsbescherming tot vergoeding van deze kosten. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de veroordeling van de heffingsambtenaar in proceskosten wordt vernietigd ten gunste van de Staat.