Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[Holding] B.V.,
[appellant 2],
1.de vennootschap naar vreemd rechtBeeline Trading Ltd,
Marilux (Holland) B.V.,gevestigd te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,
[bestuurder Beeline] ,wonende te Chichester, Verenigd Koninkrijk,
- het exploot van 20 januari 2020 waarbij [Holding] c.s. in hoger beroep zijn gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag
- de memorie van grieven, met producties;
- de akte van [Holding] c.s. van 12 oktober 2021;
- de akte van Beeline c.s. van 12 oktober 2021;
- de akte wijziging van eis van [Holding] c.s. van 2 november 2021;
- de memorie van repliek tevens akte wijziging van eis, met producties, van [Holding] c.s. van 7 december 2021;
- de memorie van dupliek na pleidooi, tevens antwoordakte, van Beeline c.s. van 4
Daarna is arrest gevraagd.
Op 16 februari 2016 is overleg gevoerd tussen [bestuurder Beeline] en [bestuurder Marilux] enerzijds en [controller] anderzijds over de verkoop van aandelen in [werkmaatschappij] . Daarbij werden de jaarstukken van 2014 en de voorlopige cijfers 2015 van [werkmaatschappij] gedeeld. Ook heeft [controller] een begroting en prognose 2016 voor [werkmaatschappij] opgesteld, met daarbij als een scenario dat geen nieuwe omzet van € 600.000 werd behaald.
(…)
4- het aantrekken van een nieuwe sales-man/vrouw dit om meer omzet te gaan genereren, hiervoor zal een behoorlijke financiële injectie nodig zijn.
5- een verhuizing naar Rotterdam, (met inachtneming van een opzegtermijn van 2 maanden) daar moet ook met een stevige investering rekening gehouden worden.
6- de lening van BSV ad. € 250.000 zal worden afgelost. De RC met BSV m.b.t. de inzet van [gevolmachtigde] (circa € 70.000) zal voor de overdracht van aandelen door [werkmaatschappij] BV aan BSV worden betaald.
€ 350.000,00voor de aandelen als boven vermeld te doen.’
(…)
De SPA voorzag verder in een regeling om te bewerkstellingen dat [Holding 2] houder zou worden van 100% van de aandelen in Employaal en 51% van de aandelen in Werken.FM.
primair- te verklaren voor recht dat [Holding] c.s. de op hen rustende mededelingsplicht hebben geschonden voorafgaand aan de overname van de aandelen door Beeline c.s.;
- te verklaren voor recht dat Beeline c.s. hebben gedwaald bij de totstandkoming van de koopovereenkomst en dat de koopovereenkomst en de leveringsakte rechtsgeldig zijn vernietigd;
- [Holding] te veroordelen tot restitutie van de koopsom en aan Marilux een bedrag te betalen van € 108.000, met wettelijke handelsrente vanaf 1 april 2016;
- [Holding] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.
Beeline c.s. hebben bij akte hun visie gegeven op de procesrechtelijke gevolgen van de liquidatie van de beide vennootschappen voor deze procedure. Volgens hen kan de procedure gewoon worden voortgezet.
Gezag van gewijsde en/of ondeelbare rechtsverhouding?
daarnaast, als ook [bestuurder 1] , door schending van een zorgvuldigheidsnorm persoonlijk onrechtmatig jegens Beeline c.s. hebben gehandeld. Beeline c.s. hebben in dit verband gesteld dat, hoewel [controller] namens [appellant 2] en [Holding] handelde, hij een eigen verantwoordelijkheid jegens Beeline c.s. had. Zij verwijten hem dat hij onjuiste cijfers heeft laten zien van een vennootschap waar hij zelf werkzaam was, dat hij zich 100% door die vennootschap liet verlonen terwijl hij werkzaamheden verrichtte voor andere vennootschappen van [appellant 2] en dat hij documenten heeft vernietigd opdat deze niet bekend zouden worden aan de nieuwe aandeelhouders. Beeline c.s. hebben verder aangevoerd dat [gevolmachtigde] en [bestuurder 1] als bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld jegens de vennootschap en jegens de aandeelhouders, onder meer door in de periode dat Beeline c.s. aandeelhouders waren van [Holding 2] (en indirect van [werkmaatschappij] ), € 72.000 aan de cashstroom te onttrekken en over te maken naar Werken.FM en Employaal. Aan [gevolmachtigde] hebben zij ook het verwijt gemaakt dat hij zichzelf op de loonlijst heeft gezet en zijn dochter en een nieuwe salesdirecteur heeft aangenomen, voor wie geen werk was. Beeline c.s. hebben aangevoerd dat [bestuurder 1] onrechtmatig heeft gehandeld doordat zij direct een nieuwe leaseauto voor zichzelf heeft aangeschaft en zichzelf een loonsverhoging heeft gegeven. Ter comparitie in eerste aanleg heeft mr. Maliepaard verklaard dat de vorderingen van Beeline c.s. aldus moeten worden gelezen dat zij zich primair op dwaling beroepen, subsidiair op bedrog en (nog) meer subsidiair op non-conformiteit respectievelijk onrechtmatig handelen. De rechtbank heeft bij het bestreden vonnis het primair gevorderde toegewezen en de vorderingen voor het overige afgewezen. Hieruit volgt dat de verklaring voor recht dat [Holding]
c.s.de op hen rustende mededelingsplicht hebben geschonden, voor zover deze verklaring voor recht betrekking heeft op [controller] , [gevolmachtigde] en [bestuurder 1] , deze alleen ziet op hun handelwijze als vertegenwoordigers van [Holding] . Beeline c.s. hebben in ieder geval niet gegriefd tegen de afwijzing van de vorderingen tot verklaring voor recht dat [controller] , [gevolmachtigde] en [bestuurder 1] onrechtmatig hebben gehandeld. Voor hen bestond dus ook geen aanleiding om hoger beroep in te stellen.
[Holding 2]heeft verkocht en dat niet is gesteld of gebleken dat zij Beeline c.s. ten aanzien van
die aandelenverkeerd heeft geïnformeerd en Beeline c.s. in dit opzicht heeft gedwaald. De stellingen van Beeline c.s. zien alleen op
[werkmaatschappij]. Verder hebben [Holding] c.s. aangevoerd dat [Holding] aan haar mededelingsplicht heeft voldaan en dat de rechtbank Beeline c.s. te gemakkelijk heeft gevolgd in hun stelling dat zij niet op de hoogte waren van de teruglopende omzet bij de drie belangrijkste klanten. Daarvan blijkt niet alleen uit het overzicht dat is overgelegd als productie 33 bij conclusie van antwoord, maar ook uit andere overgelegde documenten en de verklaringen die ter comparitie in eerste aanleg zijn afgelegd. In ieder geval hebben deze documenten voor Beeline c.s. een onderzoeksplicht doen ontstaan, aldus [Holding] c.s.
- indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten, en
-indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten (artikel 6:228 lid 1 onder Pro a en b).
Hieruit volgt dat in het geval dat Beeline c.s. de SPA zijn aangegaan op grond van een onjuiste voorstelling van zaken die het gevolg is van door [Holding] gegeven (onjuiste) informatie, dan wel van het verzwijgen door [Holding] van informatie waarvan zij wist of had moeten begrijpen dat deze voor Beeline c.s. van beslissende betekenis was, hun een beroep op dwaling toekomt. De mededelingsplicht van [Holding] was niet beperkt tot (de aandelen van) [Holding 2] , maar had ook, en met name, betrekking op haar werkmaatschappij [werkmaatschappij] . [Holding] heeft immers moeten begrijpen – en heeft dat ook begrepen, zoals hierna zal blijken – dat de financiële situatie van [werkmaatschappij] cruciaal was voor de beslissing om de aandelen van [Holding 2] te kopen, althans voor de hoogte van koopprijs die zij bereid waren daarvoor te betalen. In zoverre is grief I ongegrond. De bewijslast van feiten en omstandigheden die een beroep op dwaling rechtvaardigen, rust in beginsel op Beeline c.s. die zich op het rechtsgevolg daarvan – de vernietigbaarheid van de overeenkomst – beroepen.
- dat [werkmaatschappij] voor een omvangrijk gedeelte van haar omzet afhankelijk is van een beperkt aantal relaties;
- dat gedurende 2014 een van deze relaties een reorganisatie heeft aangekondigd waarbij de inhuur van flexibele medewerkers van de vennootschap in 2015-2016 afgebouwd zal worden; en
- dat de bank in 2015 de kredietfaciliteit heeft opgeschort.
In deze (concept)jaarstukken is vervolgens uiteengezet waarom het bestuur niettemin van mening is dat de continuïteit van de (desbetreffende) vennootschap is gewaarborgd en is vermeld dat het bestuur de toekomst met vertrouwen tegemoet ziet. De conceptjaarrekening 2015 van [Holding] is als bijlage aan de leveringsakte gehecht. Dat Beeline c.s. van de inhoud van de desbetreffende continuïteitsparagrafen op de hoogte waren, althans geacht moeten worden hiervan op de hoogte te zijn geweest, staat dus niet ter discussie. Een continuïteitsparagraaf wordt door de accountant van een vennootschap doorgaans in de jaarrekening opgenomen als er twijfel is over de continuïteit. Beeline c.s., die in het verkoopproces werden bijgestaan door EY, moeten zich dus van dit risico bewust zijn geweest. Ook voor zover met [Holding] c.s. moet worden aangenomen dat hierdoor voor Beeline c.s. een onderzoeksplicht ontstond, is het hof van oordeel dat Beeline c.s. daaraan hebben voldaan. [Holding] c.s. hebben immers zelf gesteld dat EY [bestuurder Beeline] en [bestuurder Marilux] erop heeft gewezen dat de (concept)jaarrekeningen vragen oproepen en dat [bestuurder Beeline] en [bestuurder Marilux] deze vragen ook daadwerkelijk hebben gesteld (memorie van grieven 3.17). Waar het in de kern om gaat is of [Holding] die vragen naar waarheid heeft beantwoord. De continuïteitsparagraaf vermeldt maar één klant van [werkmaatschappij] van wie (vanwege een reorganisatie) de opdrachten zullen worden afgebouwd en in 2017 zullen eindigen (ING); daaruit hebben Beeline c.s. in ieder geval niet kunnen opmaken dat ook de andere twee grote klanten, NN en Timing, de relatie met [werkmaatschappij] hadden opgezegd.
een aantal grote klantenis het voor [werkmaatschappij] noodzakelijk om haar sales- en marketinginspanningen te vergroten’ (cursivering hof). Deze offerte dateert van (kort) vóór de aandelenoverdracht. Uit de geciteerde zin kan worden afgeleid dat de opdrachtgevers (dus, onder meer, [bestuurder Beeline] en [bestuurder Marilux] ) J-Sales ervan op de hoogte hebben gesteld dat de omzetvermindering werd veroorzaakt door het wegvallen meer dan één opdrachtgever (ING) en dat zij dus zelf hiermee bekend waren. Aannemelijk is dan ook dat, zoals [Holding] c.s. hebben aangevoerd, [controller] op 16 februari 2016 – in plaats van de toen nog niet bestaande Forecast 2016 (productie 8 bij inleidende dagvaarding) – de begroting 2016 (productie 33 bij conclusie van antwoord) aan [bestuurder Marilux] en [bestuurder Beeline] heeft overhandigd. Zoals hiervoor overwogen blijkt daaruit van een verwachte omzetdaling bij de drie grootste opdrachtgevers van [werkmaatschappij] . Hierbij merkt het hof op dat, van de drie grootste opdrachtgevers, de verwachte omzetdaling bij ING verreweg het grootst was, te weten € 5.576.090, terwijl de verwachte omzetdaling bij NN € 667.720 en bij Timing (uitgaande van een omzet in 2015 op jaarbasis van (12/7 x € 1.463.397 =) € 2.508.680,57) € 58.680,57 was (zie ook memorie van grieven onder 5.39).
Is sprake van bedrog, een tekortkoming of onrechtmatige daad?
[Holding]het vertrouwen hebben gewekt dat [werkmaatschappij] in staat zou zijn, of door Beeline c.s. in staat zou worden gesteld, om de huur te blijven voldoen.
Het hof overweegt dat ingevolge artikel 6:203 lid 2 jo Pro. lid 1 BW, degene die een geldsom onverschuldigd heeft betaald, gerechtigd is een gelijk bedrag van de
ontvangerterug te vorderen. Bij het bestreden vonnis is [Holding] veroordeeld om aan Beeline of [bestuurder Beeline] € 252.000 met wettelijke rente te betalen en aan Marilux € 108.000 met wettelijke rente. [Holding] c.s. zijn veroordeeld in de proceskosten van Beeline c.s. van € 9.236,55 met wettelijke rente. Uit de door Beeline c.s. overgelegde bankafschriften blijkt dat [Holding] op 30 oktober 2019 in totaal € 382.164,97 heeft overgemaakt op de derdengeldrekening van het kantoor van mr. Maliepaard. Mr. Maliepaard heeft onder inhouding van zijn declaratie een deel van het bedrag doorbetaald aan Beeline en een deel aan Marilux. Omdat hieruit blijkt dat de onverschuldigd betaalde bedragen door Beeline en Marilux zijn ontvangen, zal het hof hen hoofdelijk veroordelen tot terugbetaling van dit bedrag. Voor een veroordeling van [bestuurder Beeline] tot terugbetaling ziet het hof geen aanleiding omdat gesteld noch gebleken is dat hij een deel van betaalde bedrag heeft ontvangen.
vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 23 oktober