Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
KINDERALIMENTATIE
Behoefte
PARTNERALIMENTATIE
VERDELING
Peildatum
Lijfrentepolis met polisnummer [nummer]
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak stond de vaststelling van partner- en kinderalimentatie centraal, alsmede de verdeling van de gemeenschap van goederen en de zorgregeling voor de minderjarige kinderen.
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam, waarbij hij onder meer de hoogte van de alimentatiebedragen en de duur van de partneralimentatie aanvocht. De vrouw voerde incidenteel appel en verzocht om hogere alimentatiebedragen.
Het hof handhaafde de door de rechtbank vastgestelde behoefte van de minderjarige kinderen en bekrachtigde de kinderalimentatie op € 272,- per maand per kind tot 1 juli 2020 en € 273,- per maand per kind daarna. De partneralimentatie werd vastgesteld op € 1.659,- per maand tot 15 juli 2019 en € 987,- per maand vanaf 1 juli 2020. De hofnorm werd toegepast bij het bepalen van de behoefte van de vrouw, waarbij haar aandeel in de kosten van de kinderen niet werd opgeteld bij haar behoefte.
Verder wijzigde het hof de regeling voor de overdracht van de kinderen tijdens vakanties naar zondagavond 18:00 uur. De overige bepalingen van de beschikking van de rechtbank werden bekrachtigd en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelt de partneralimentatie vast op € 1.659,- per maand tot 15 juli 2019 en € 987,- per maand vanaf 1 juli 2020, bekrachtigt de kinderalimentatie en wijzigt de vakantietijd overdracht naar zondagavond 18:00 uur.