ECLI:NL:GHDHA:2021:863
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- E.A. Mink
- A.C. Olland
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing werking vonnis nakoming omgangsregeling
Partijen zijn de ouders van een minderjarige en hebben een vastgestelde omgangsregeling. De vrouw heeft de omgangsregeling in de zomer van 2020 stopgezet vanwege zorgen over de veiligheid van het kind. De man vorderde nakoming van de regeling, waarop de voorzieningenrechter de vrouw veroordeelde tot nakoming met een begeleide omgang op woensdag voor vier keer.
De vrouw stelde een incidentele vordering tot schorsing van de werking van dit vonnis in hoger beroep, maar het hof oordeelde dat zij geen belang heeft bij schorsing omdat er inmiddels een tweede vonnis is dat haar tot nakoming verplicht, met een dwangsom bij niet-nakoming.
Het hof wees de incidentele vordering af, compenseerde de proceskosten en verwees de hoofdzaak naar de rol voor verdere behandeling. De omgang is na het tweede vonnis probleemloos hervat, waardoor geen reden is om de omgang te staken.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de werking van het vonnis tot nakoming van de omgangsregeling wordt afgewezen.