Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant 1] ,
[naam] & [naam],
1.De procedure in hoger beroep
- het dossier van de procedure voor de kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, tussen [geïntimeerde] als eiseres en [appellant 1] als gedaagde, eindigend met het vonnis van die kantonrechter van 4 juli 2019 (hierna: het vonnis van de kantonrechter);
- het exploot van dagvaarding in hoger beroep van [appellant 1] van 1 oktober 2019;
- het tussenarrest van 21 januari 2020 waarbij het hof een mondelinge behandeling heeft bevolen;
- het proces-verbaal van die mondelinge behandeling van 25 februari 2020;
- de memorie van grieven van [appellant 1] van 7 april 2020, met producties 1 en 2 in hoger beroep; en
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] van 19 mei 2020, met producties 1 t/m 4 in hoger beroep.
2.De feiten
3.Het geding voor de kantonrechter
4.De vorderingen in hoger beroep
5.De beoordeling van het hoger beroep
Grieven 1 tot en met 4, die zich voor gezamenlijke behandeling lenen, klaagt [appellant 1] over het oordeel van de kantonrechter met betrekking tot: (i) zijn klachten over bepaalde werkzaamheden van [geïntimeerde] ; (ii) de vergelijking met de kosten van [kantoor 1] ; en (iii) de mate van gedetailleerdheid van de facturen van [geïntimeerde] .
Grief 5klaagt [appellant 1] over het oordeel van de kantonrechter over de post in factuur 17867 waarmee [geïntimeerde] hem de kosten voor de werkzaamheden van [pensioenconsultant] ten bedrage van € 180,- heeft doorbelast. Hij voert aan dat [appellant 1] zelf allang de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en dat Hultex geen pensioen inhoudt op het salaris van haar werknemers, en dat hij nooit een kopie heeft ontvangen van de betrokken factuur van [pensioenconsultant] .
6.De beslissing
- veroordeelt [appellant 1] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op vandaag aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 741,- aan griffierechten en € 1.518,- aan salaris advocaat;
- verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.