Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
III SCHADE
8.VERPLICHTINGEN IN GEVAL VAN SCHADE
13.VOORZORGSMAATREGELEN
15.NIET NAKOMEN INFORMATIEVERPLICHTINGEN
24.DEKKING
3.Beoordeling
in zoverregeen rechten kunnen worden ontleend.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak draait het om een geschil tussen United Metals B.V. (UM) en verzekeraar HDI over de dekking van schade aan een schrootschaar en de bijbehorende bedrijfsschade. KM, eigenaar van de machine, had een machineschade- en bedrijfsschadeverzekering bij HDI. Na het stilzetten van de machine op 20 mei 2014 en het constateren van schade, ontstond discussie over de vraag of de machine eerder had moeten worden stilgezet en of HDI tijdig was geïnformeerd.
De rechtbank had HDI veroordeeld tot gedeeltelijke betaling van € 48.758,62, waarbij werd geoordeeld dat de schademelding te laat was gedaan en dat HDI door de late melding in haar redelijke belangen was geschaad. UM ging in hoger beroep en vorderde onder meer vergoeding van kosten voor het chromeren van een zuigerstang en bedrijfsschade.
Het hof oordeelde dat KM de machine op 16 mei 2014 had moeten stilzetten vanwege een ernstige olielekkage en dat het niet tijdig stilzetten de schade heeft verergerd. Het beroep van HDI op polisvoorwaarden dat hierdoor het recht op schadevergoeding verviel, werd echter verworpen omdat eerdere signalen onvoldoende alarmerend waren. De vorderingen van UM tot vergoeding van bedrijfsschade en kosten van deskundigen werden afgewezen wegens onvoldoende belang of onderbouwing.
Het arrest bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart dat bedrijfsschade slechts gedekt is voor zover deze voortvloeit uit de materiële schade die HDI moet vergoeden. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat HDI slechts gedeeltelijk tot schadevergoeding is gehouden en wijst de overige vorderingen van UM af.