ECLI:NL:GHDHA:2021:280
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag bewindvoerder wegens vertrouwensbreuk en tekortschieten in zorgplicht
De rechthebbende, verstandelijk beperkt en onder bewind gesteld, verzocht het hof om ontslag van de huidige bewindvoerder wegens gewichtige redenen, waaronder het niet tijdig herstellen van zijn uitkering en het gebruik van zijn spaargeld voor vaste lasten zonder passende toestemming.
De bewindvoerder stelde dat de uitkering was stopgezet vanwege het niet verschijnen van de rechthebbende bij het UWV, en dat zij geen tekortkomingen had begaan. Het hof oordeelde echter dat de bewindvoerder onvoldoende actie had ondernomen om de uitkering te herstellen en dat zij de beschikking van het UWV niet had gedeeld met de rechthebbende of diens begeleider.
Gezien de verstandelijke beperking van de rechthebbende en diens dakloze situatie, had een persoonlijkere en voortvarende aanpak moeten worden gehanteerd. Het hof stelde vast dat het vertrouwen tussen partijen was verbroken en dat er gewichtige redenen waren voor ontslag van de bewindvoerder.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking, ontsloeg de huidige bewindvoerder per 1 april 2021 en benoemde de beoogde bewindvoerder als opvolger. Tevens werd bepaald dat de oude bewindvoerder eindrekening en verantwoording moet afleggen aan de opvolger en de rechthebbende.
Uitkomst: Bewindvoerder ontslagen wegens tekortschieten en vertrouwensbreuk; nieuwe bewindvoerder benoemd per 1 april 2021.