De zaak betreft een geschil tussen verhuurder Whitestork B.V. en huurder [geïntimeerde] over de wanprestatie van de huurder door het opslaan van veel spullen in de woning, waardoor noodzakelijke inspecties van gas- en elektra-installaties niet konden plaatsvinden. Whitestork vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder tekortgeschoten is in zijn verplichtingen, maar dat ontbinding en volledige ontruiming niet gerechtvaardigd zijn. Wel werd een tijdelijke en gedeeltelijke ontruiming toegestaan om inspecties mogelijk te maken. Whitestork ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof bevestigde het vonnis van de kantonrechter. Het stelde vast dat de huurder inderdaad veel spullen had opgeslagen, wat de inspecties belemmerde, maar dat ontbinding van de overeenkomst niet proportioneel is gezien de leeftijd van de huurder (76 jaar), de lange duur van de huurovereenkomst (ongeveer 35 jaar) en het feit dat de huurder inmiddels een bedrijfsruimte heeft gehuurd voor opslag. De tijdelijke ontruiming is voldoende om het veiligheidsbelang van de verhuurder te waarborgen.
Het hof verwierp ook de overige grieven van Whitestork, waaronder de vordering tot dwangsom en ontruimingskosten, en oordeelde dat proceskosten in eerste aanleg terecht gecompenseerd zijn. Whitestork werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest bevestigt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij ontbinding van huurovereenkomsten.