ECLI:NL:GHDHA:2021:2134
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks hevige regenval en parkeerduurbeperking
Belanghebbende parkeerde op 22 december 2019 zijn auto op een plek waar betaald parkeren geldt. Hij had voor twee uur parkeerbelasting betaald, maar werd om 17:27 uur gecontroleerd terwijl zijn betaalde parkeertijd om 17:16 uur was verstreken. Belanghebbende voerde aan dat hij door hevige regenval niet tijdig bij de parkeerautomaat kon zijn om extra parkeertijd te betalen.
De Rechtbank wees het beroep af en stelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd omdat geen uitvoeringshandeling binnen een redelijke termijn had plaatsgevonden. Het forfaitaire bedrag voor een uur parkeerbelasting was volgens de geldende gemeentewetgeving correct.
In hoger beroep bevestigde het Hof deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat de parkeerbelasting een objectieve belasting is waarbij opzet of schuld niet relevant zijn. Regenval vormt geen overmacht, omdat het niet levensbedreigend is en belanghebbende zich had kunnen beschermen. Ook de parkeerduurbeperking van 120 minuten was van toepassing, waardoor na afloop van deze termijn de auto verplaatst had moeten worden.
Belanghebbende stelde dat het controlesysteem was gericht op maximale opbrengst, maar het Hof vond dit onvoldoende onderbouwd en zag geen schending van beginselen van behoorlijk bestuur. De naheffingsaanslag werd daarom bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt bevestigd omdat geen sprake is van overmacht en de parkeerduurbeperking is overschreden.