Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 28 september 2021
[appellant] ,
NautaDutilh N.V.,
Het verdere procesverloop
De verdere beoordeling van het hoger beroep
13 oktober 2020.
i) geeft de verklaring van [naam 1] u aanleiding om uw berekeningen van de doelvermogens aan te passen?
ii) welk ouderdoms- en partnerpensioen had [appellant] op zijn pensioendatum kunnen aankopen met het opgebouwde doelvermogen behorende bij een tijdens de looptijd gehanteerde rekenrente van 5,5%, zonder rekening te houden met de winstuitkering?
iii) welk ouderdoms- en partnerpensioen had [appellant] op zijn pensioendatum kunnen aankopen met het opgebouwde doelvermogen behorende bij een tijdens de looptijd gehanteerde rekenrente van 4,4%, zonder rekening te houden met de winstuitkering?
a) de door Nauta overgelegde verklaring van [naam 1] ;
De antwoorden van NN op de gestelde vragen
2. Welk ouderdoms- en partnerpensioen had [appellant] op zijn pensioendatum kunnen aankopen met het opgebouwde doelvermogen behorende bij een tijdens de looptijd gehanteerde rekenrente van 5,5%, zonder rekening te houden met de winstuitkering?
3. Welk ouderdoms- en partnerpensioen had [appellant] op zijn pensioendatum kunnen aankopen met het opgebouwde doelvermogen behorende bij een tijdens de looptijd gehanteerde rekenrente van 4,4%, zonder rekening te houden met de winstuitkering?
4. Welk (aanvullend) bedrag aan koopsom dient thans te worden gestort om het verschil tussen deze beide bedragen aan ouderdoms- en partnerpensioen te overbruggen?
De berekeningen van NN
- Wat betreft het bezwaar van [appellant] dat in de berekening van NN ten onrechte geen koopsommen staan die Nauta gedurende de looptijd van de pensioenverzekering extra had moeten storten, welk betoog naar het hof begrijpt aansluit op zijn stellingen zoals besproken in overweging 6 van dit arrest, wordt het op diezelfde gronden verworpen;
- De stelling van [appellant] dat de door NN bij vraag 2 berekende pensioenbedragen beduidend lager zijn dan de eerder door NN in haar e-mail van 21 oktober 2015 berekende beoogde pensioenen, miskent dat bij het antwoord van NN op vraag 2 niet gaat om
beoogdepensioenbedragen maar om de pensioenbedragen die [appellant] feitelijk met de opgebouwde doelvermogens kon/had kunnen aankopen. Dat deze pensioenbedragen lager zijn dan de beoogde pensioenen uit de e-mail van 21 oktober 2015, is het gevolg van het feit dat de tijdens de looptijd gehanteerde rekenrente van respectievelijk 5,5% of 4,4% hoger is dan de rente waartegen [appellant] zijn pensioenen op 1 november 2015 kon aankopen.
- De stelling van Nauta dat zij niet kan achterhalen tegen welke rentetarieven de pensioenbedragen en de hoogte van de koopsom door NN zijn berekend, brengt nog niet mee dat de berekeningen van NN onjuist zijn. Het is een feit van algemene bekendheid dat de rente op 1 november 2015 en ook nu nog erg laag was en is.
- De stelling van Nauta dat het hof zou hebben gevraagd welk pensioen zou kunnen worden aangekocht tegen een rekenrente van respectievelijk 5,5% en 4,4% berust op een onjuiste lezing van het arrest van het hof. Het betreft hier, zoals duidelijk uit de vraag blijkt, de tijdens de looptijd voor de bepaling van het doelvermogen gehanteerde rekenrente, en niet de (veel lagere) rekenrente op het moment dat [appellant] zijn pensioen aankocht.
De vordering van [appellant] onder c zal in die zin worden toegewezen, dat Nauta wordt veroordeeld tot betaling aan een door [appellant] aan te wijzen gerenommeerd verzekeraar van een koopsom van € 96.774,65, te verminderen met de € 290,- per maand die Nauta moet betalen vanaf 10 november 2020 tot aan de ingangsdatum van de aanvullende pensioenuitkering, ten behoeve van de aankoop van een aanvullend gelijkblijvend ouderdoms- en partnerpensioen. Betaling zal moeten plaatsvinden binnen twee weken nadat [appellant] de voor de betaling benodigde gegevens aan Nauta heeft verstrekt. De door [appellant] gevorderde dwangsom indien Nauta met de betaling in gebreke blijft zal worden toegewezen tot een bedrag van € 10.000,- per maand, met een maximum van € 150.000,-.
De vordering van [appellant] onder d zal worden afgewezen. Deze vordering ziet op het bedrag van € 169.725 dat [appellant] op zijn pensioendatum van NN aan winstuitkering heeft ontvangen en dat hij destijds heeft gebruikt voor een verhoging van zijn pensioen. Bij de begroting van de door [appellant] geleden schade heeft het hof deze winstuitkering echter buiten beschouwing gelaten. Dit bedrag kan dan ook niet worden aangemerkt als door [appellant] geleden schade.
Beslissing
17 maart 2017,
opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt Nauta tot betaling aan een door [appellant] aan te wijzen gerenommeerd verzekeraar van een koopsom van € 96.774,65, te verminderen met de € 290,- per maand die Nauta moet betalen vanaf 10 november 2020 tot aan de ingangsdatum van de aanvullende pensioenuitkering, ten behoeve van de aankoop van een aanvullend gelijkblijvend ouderdoms- en partnerpensioen voor [appellant] ; betaling moet plaatsvinden binnen twee weken nadat [appellant] de voor de betaling benodigde gegevens aan Nauta heeft verstrekt, op straffe van verbeurte aan [appellant] van een dwangsom van € 10.000,- per maand, met een maximum van € 150.000,-;
- veroordeelt Nauta in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] tot op 17 maart 2017 begroot op € 173,08 aan verschotten (griffierecht en kosten dagvaarding) en € 2.400,- aan gemachtigdensalaris;
M.V. Ulrici en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 september 2021 in aanwezigheid van de griffier.