Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 23 september 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beoordeling van het geschil
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende was gehuwd en woonde samen met zijn ex-partner in een woning die zij gezamenlijk bezaten. Na het vertrek van de ex-partner uit de woning en het sluiten van een echtscheidingsconvenant, waarin zij afzagen van partneralimentatie, bracht belanghebbende in zijn belastingaangifte betaalde alimentatie en hypotheekrente gedeeltelijk in aftrek.
De Inspecteur weigerde deze aftrekposten omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de betalingen voortvloeiden uit een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende onderhoudsverplichting. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Het Hof overwoog dat de bewijslast bij belanghebbende lag om aannemelijk te maken dat de betalingen als onderhoudsverplichtingen konden worden aangemerkt. Dit was niet gelukt, mede omdat het echtscheidingsconvenant expliciet afzag van alimentatie. Ook de betaalde hypotheekrente kon slechts voor 50% worden afgetrokken, aangezien belanghebbende slechts voor de helft eigenaar was van de woning.
De uitspraak bevestigt dat zonder een rechtens afdwingbare onderhoudsverplichting geen aftrek van betaalde alimentatie mogelijk is en dat hypotheekrente slechts naar eigendomsverhouding aftrekbaar is.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van aftrek van betaalde alimentatie en volledige hypotheekrente wordt bevestigd.