ECLI:NL:GHDHA:2021:1709
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H. van den Heuvel
- A.L. Frenkel
- J. Candido
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in vervolging wegens verblijf ondanks inreisverbod
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken wegens verblijf in Nederland terwijl hij wist dat hij als ongewenst vreemdeling was verklaard of een inreisverbod had. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Tijdens het hoger beroep vorderde de advocaat-generaal dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou worden verklaard in de vervolging. Dit op grond van een beleidslijn die is gebaseerd op recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Hoge Raad, die verduidelijken dat artikel 197 Sr Pro niet vereist dat een vreemdeling eerst de EU verlaat voordat verblijf in Nederland ondanks inreisverbod strafbaar is.
Het hof nam dit standpunt over, overwoog dat het Openbaar Ministerie zelf geen strafrechtelijk belang meer ziet bij voortzetting van de vervolging en dat er geen reden is om van dit beleid af te wijken. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens verblijf ondanks inreisverbod.