ECLI:NL:GHDHA:2021:1220
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid onderzoek eerste aanleg wegens ontbreken ambtshalve toegewezen raadsman bij voorlopige hechtenis
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 13 november 2020 heeft het gerechtshof Den Haag geoordeeld dat het onderzoek in eerste aanleg nietig is. Dit omdat de rechtbank op 30 oktober 2020, toen de verdachte niet was verschenen en geen raadsman aanwezig was, had moeten schorsen en ambtshalve een raadsman aan de verdachte had moeten toewijzen vanwege de lopende voorlopige hechtenis.
De verdediging was overgenomen door mr. S.F.J. Smeets, die zich op 7 juli 2020 had onttrokken aan de zaak. De verdachte verscheen niet op de zitting en er was geen raadsman aanwezig. De rechtbank verleende verstek en behandelde de zaak buiten aanwezigheid van de verdachte, waarna zij op 13 november 2020 uitspraak deed.
Het hof oordeelt dat het ontbreken van een raadsman een kernrol bij het onderzoek ter terechtzitting betreft en dat het onderzoek daarom nietig is. Het vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Rotterdam om de zaak verder te behandelen met inachtneming van dit arrest, waarbij de eerdere stand van het onderzoek wordt gerespecteerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens nietigheid van het onderzoek door het ontbreken van een ambtshalve toegewezen raadsman.