ECLI:NL:GHDHA:2021:1045
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking inzake teruggeleiding minderjarige bij internationale kinderontvoering
Het geschil betreft de vraag waar de gewone verblijfplaats van de minderjarige lag nadat deze binnen korte tijd van Nederland naar Hongarije verhuisde en weer terugkeerde naar Nederland. De vader stelt dat de gewone verblijfplaats sinds juni 2020 Nederland is, terwijl de moeder dit betwist en spreekt van tijdelijk verblijf.
Het hof beoordeelt aan de hand van feitelijke gedragingen van de moeder, zoals het betrekken van een huurwoning, inschrijving in de Basisregistratie Personen, het regelen van kinderopvang, het afsluiten van verzekeringen en het bezoeken van het consultatiebureau, dat de moeder de intentie had zich duurzaam met de minderjarige in Nederland te vestigen. De enkele intentie van de moeder is niet doorslaggevend, maar de feitelijke omstandigheden ondersteunen dit.
Het hof concludeert dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in oktober 2020 Nederland was en dat er geen sprake is van ongeoorloofde achterhouding door de vader. Daarom wordt de bestreden beschikking vernietigd en het verzoek van de moeder afgewezen. De kosten van de procedure worden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: De bestreden beschikking wordt vernietigd en het verzoek van de moeder tot teruggeleiding van de minderjarige naar Hongarije wordt afgewezen.