ECLI:NL:GHDHA:2020:974
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening nihil partneralimentatie wegens coronacrisis en inkomensverlies DGA
Het gerechtshof Den Haag behandelde een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in een alimentatiegeschil tussen ex-echtgenoten. De man, directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een holding en werkmaatschappij, verzocht om schorsing of verlaging van de partneralimentatie vanwege inkomensverlies door de coronacrisis. Het hof achtte aannemelijk dat door de coronacrisis geen dividend meer kan worden uitgekeerd, maar vond onvoldoende bewijs voor de verlaging van het salaris van de man.
De vrouw betwistte het inkomensverlies en stelde dat de man geen spoedeisend belang had. Het hof oordeelde dat de man wel degelijk een spoedeisend belang had gezien het wegvallen van dividenduitkeringen en het effect daarvan op zijn inkomen. De behoefte van de vrouw was niet in geschil, vastgesteld op € 2.837,- per maand.
De draagkracht van de man werd voorlopig op nihil gesteld omdat het hof uitging van het gemiddelde salaris over 2015-2017, aangezien recente financiële gegevens ontbraken. Het hof wees het verzoek tot terugbetaling van teveel betaalde alimentatie af wegens gebrek aan onderbouwing. De proceskosten werden gecompenseerd en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De voorlopige partneralimentatie wordt met ingang van 27 mei 2020 op nihil gesteld vanwege het aannemelijk gemaakte inkomensverlies van de man.