Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
2.DE NATIONALE POLITIE,
- P aanzien, wordt al minder
- O blepharitis?
- E ontsteking?
- P schoonmaken met gekookt water, ma hu.
- P fucithalmic gel
- P spreekuur HA
- 0 hard aanvoelend, niet fluctuerend.
- E ontsteking li onderooglid
- P MED: AMOXICILLINE/CLAVULAANZUUR TABLET500/125MG (…)
- P augmentin 3dd l, C maandag en evt oogarts.
Grieven 1 tot en met 8zien op de verwijten aan het adres van de Nationale Politie. Volgens [appellant] lag hij ten tijde van de aanhouding op zijn buik op de grond met zijn hoofd naar links gedraaid, terwijl één of twee agenten op zijn rug zaten. [appellant] stelt dat (een van) die agent(en) toen minuten, althans minstens een minuut, zijn knie met kracht op het linker oog van [appellant] heeft gedrukt alvorens [appellant] werd geboeid, dit terwijl [appellant] geen verzet bood. [appellant] stelt dat daardoor een splinter van de geforceerde voordeur van de knie van de agent in zijn oog(kas) is gedrongen. Volgens [appellant] heeft de Nationale Politie aldus disproportioneel geweld gebruikt en een handeling toegepast die niet in de Integrale Beroepsvaardigheden Training (IBT) voorkomt, dus ook niet in IBT-kader is geoefend en beproefd en in strijd is met de IBT-richtlijnen.
- i) bij het forceren van de deur is een splinter vrijgekomen;
- ii) deze splinter is bij het binnentreden op de knie van één van de agenten van het AT terechtgekomen;
- iii) deze agent heeft vervolgens bij de aanhouding van [appellant] (gedurende een aantal minuten althans gedurende minstens een minuut) met zijn knie op het oog van [appellant] gedrukt (dit terwijl [appellant] naar eigen zeggen geen verzet bood);
- iv) de splinter is op een of andere manier van de knie in de (weke delen van de) oogkas van [appellant] gedrongen;
- v) dit binnendringen van de oogkas is gebeurd zonder dat [appellant] het heeft uitgeroepen van de pijn of pijn heeft gevoeld. [appellant] stelt immers niet dat hij op het moment van aanhouden pijn in zijn oog heeft gevoeld en evenmin dat hij heeft geroepen/een kreet heeft geslaakt of anderszins zijn pijn kenbaar heeft gemaakt.
veronderstellenderwijsvan wordt uitgegaan dat de gang van zaken zo is geweest, leidt dit niet tot toewijzing van de vordering, nu naar het oordeel van het hof van onrechtmatig handelen van de Nationale Politie geen sprake is. Daartoe overweegt het hof als volgt.
Grief 9houdt in (i) dat het oog van [appellant] ten onrechte pas op 13 april 2010 door een medewerker van de medische dienst van de PI is onderzocht, (ii) dat [appellant] vervolgens tot 6 mei 2010 ten onrechte slechts is behandeld c.q. onderzocht door verplegend personeel en niet door gekwalificeerde artsen en (iii) dat de PI-arts [appellant] ten onrechte niet al op 6 mei 2010 heeft doorverwezen naar een oogarts, maar daarmee heeft gewacht tot 12 mei 2010. Het verwijt onder (i) is onjuist. Onder 1.3 is vastgesteld dat [appellant] al op 29, 30 en 31 maart 2010 door de medische dienst is gezien, maar dat hij toen nog niets heeft gezegd over oogklachten. Vervolgens heeft [appellant] zichzelf pas op 13 april 2010 weer bij de medische dienst gemeld. Hij heeft toen pas voor het eerst melding gemaakt van oogklachten. Aan de Staat valt daarom niet te verwijten dat [appellant] pas op 13 april 2010 aan zijn oog is onderzocht. De verwijten onder (ii) en (iii) zijn niet onderbouwd. In dat verband is van belang dat de medische dienst van de PI niet wist en ook niet hoefde te weten dat er een splinter in de oogkas was doorgedrongen. [appellant] stelt dat ook niet; sterker, uit zijn stellingen blijkt dat hij dit zelf ook niet wist voordat de splinter bij hem werd verwijderd op 30 juli 2010. Ook is van belang dat, zoals de rechtbank terecht (en onbestreden) heeft vastgesteld, sprake is geweest van een gefaseerde aanpak, die opliep in zwaarte naarmate de klachten bleven voortduren (zie hierboven onder 1.4.). Mede bezien tegen deze achtergrond onderbouwt [appellant] niet waarom het feit dat hij tot 6 mei 2010 (uitsluitend dan wel hoofdzakelijk: uit de uitdraai lijkt te volgen dat hij ook door de huisarts is gezien) is gezien door verplegend personeel en/of het feit dat hij niet al op 6 mei 2010 is doorverwezen naar de oogarts, betekent dat is gehandeld in strijd met de onder 14 bedoelde zorgplicht.
grief 9heeft dus geen succes. De rechtbank heeft de vorderingen jegens de Staat eveneens terecht afgewezen.