Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hij op of omstreeks 14 juni 2018 te Alphen aan den Rijn, een ambtenaar, [aangeefster 1], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft mishandeld door
hij in of omstreeks de periode van 19 april 2017 tot en met 14 juni 2017 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (merk Piaggio), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
hij in of omstreeks de periode van 3 juni 2017 tot en met 14 juni 2017 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kentekenplaat [kenteken], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
hij op of omstreeks 14 juni 2017 te ?s-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets), daarmee rijdende op de weg, het Rijswijkseplein, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is hij niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij (met onverminderde snelheid) doorgereden, en/of;
hij op of omstreeks 14 juni 2017 te 's-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn/haar adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 150 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;
hij op of omstreeks 14 juni 2017 te 's-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, het Rijswijkseplein, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;
hij op 14 juni 2018 te Alphen aan den Rijn, een ambtenaar, [aangeefster 1], gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft mishandeld door
hij op 14 juni 2017 te
‘s-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets), daarmee rijdende op de weg, het Rijswijkseplein, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is hij niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij (met onverminderde snelheid) doorgereden, en
/ofblijven rijden, terwijl daar en toen overig verkeer reed, welke moest uitwijken om een aanrijding met het voertuig van hem, verdachte te voorkomen, en
hij op 14 juni 2017 te 's-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 150 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;
hij op 14 juni 2017 te 's-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, het Rijswijkseplein, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
schuldwitwassen.
overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden.
3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
geldboetevan
€ 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
8 (acht) dagen hechtenis.
geldboetevan
€ 240,00 (tweehonderdveertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
4 (vier) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [aangeefster 1]
€ 1.769,80 (duizend zevenhonderdnegenenzestig euro en tachtig cent), bestaande uit € 519,80 (vijfhonderdnegentien euro en tachtig cent) materiële schade en € 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
verplichting op om aan de Staat,
ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangeefster 1], ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-116156-18 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.769,80 (duizend zevenhonderdnegenenzestig euro en tachtig cent), bestaande uit € 519,80 (vijfhonderdnegentien euro en tachtig cent) materiële schade en € 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot de dag der algehele voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 2]
in plaats van de tenuitvoerleggingvan de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 12 januari 2017 met parketnummer 09-819072-16, te weten een gevangenisstraf voor de duur 10 dagen, een taakstraf voor de duur van
20 (twintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
10 (tien) dagen hechtenis.