Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
.
Gerechtshof Den Haag
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het voorhanden hebben van twee zeebaarzen, wat in strijd is met de geldende visserijregels ter bescherming van deze vissoort. In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat de verdachte inderdaad op 18 januari 2017 nabij de Prinses Margriethaven te Rotterdam meer dan het toegestane aantal zeebaarzen bij zich had, wat een overtreding van de Visserijwet 1963 en EU-verordeningen betreft.
Het hof heeft de strafbaarheid van de verdachte bevestigd, maar heeft ook rekening gehouden met de complexiteit van de regelgeving en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder eerdere veroordelingen die niet soortgelijk waren. Gezien deze factoren heeft het hof besloten geen straf of maatregel op te leggen aan de verdachte.
Daarnaast heeft het hof de in beslag genomen zeebaarzen verbeurd verklaard. Het arrest vernietigt het vonnis van de politierechter en spreekt de verdachte vrij voor hetgeen niet bewezen is verklaard. Het arrest werd uitgesproken op 19 maart 2020 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van strafoplegging ondanks bewezen overtreding vangstbeperking zeebaars.