ECLI:NL:GHDHA:2020:2804
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag en boetebeschikking omzetbelasting fiscale eenheid
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit K B.V. en H B.V., werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2014 en 2015 en een vergrijpboete opgelegd door de Inspecteur. De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de boetebeschikking en ongegrond voor de naheffingsaanslag. In hoger beroep bevestigt het Hof de tenaamstelling en bekendmaking van de naheffingsaanslag en boetebeschikking als juist.
Het Hof oordeelt dat hoewel de Inspecteur onvoldoende bewijs heeft geleverd voor stelselmatige fraude, de boete terecht is opgelegd vanwege het niet tijdig voldoen van omzetbelastingschulden, mede gelet op de kennis die belanghebbende had van de verschuldigde bedragen. De boete wordt echter ambtshalve gematigd tot €20.000, passend bij de omstandigheden en de financiële positie van belanghebbende.
De naheffingsaanslag en de berekende belastingrente worden bevestigd. Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur wordt slechts gedeeltelijk gegrond verklaard. Het Hof veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €1.050. De uitspraak is op 12 november 2020 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en belastingrente worden bevestigd, de boete wordt gematigd tot €20.000 en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.