Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
–impliciet primair- ten laste gelegde (poging tot moord) en ter zake van het onder 1 primair -impliciet subsidiair- ten laste gelegde (poging tot doodslag) en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van voorarrest, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier jaren met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd of ingehouden is geweest.
nietop de beelden te zien is. Niet is te zien dat het slachtoffer het kruispunt oversteekt in de richting van de bestelbus. Niet is te zien dat hij op enig moment genoemde “rotonde” zou hebben betreden. Evenmin is te zien dat het slachtoffer agressief jegens de verdachte zou hebben gebaard of gehandeld.
of omstreeks26 juli 2019 te [plaats], gemeente [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk
en al dan niet met voorbedachten radevan het leven te beroven, met een
(bedrijfs)auto
met hoge/verhoogde snelheid (meermalen)tegen die [slachtoffer] is aangereden
en/of (vervolgens) (meermalen) over genoemde [slachtoffer] is heengereden en/of (vervolgens) (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) die [slachtoffer] (meermalen) heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
op/aan (op de hoek
)van de[straat]
en de[straat], op
of omstreeks26 juli 2019 de
(voornoemde
)plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl daardoor, naar hij wist
of redelijkerwijs moest vermoeden,letsel
of schadeaan een ander (te weten [slachtoffer]) is toegebracht en
/ofeen ander, (te weten genoemde [slachtoffer]), aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten.
1.poging tot doodslag;
2.overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren.
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
4 (vier) jaren.