ECLI:NL:GHDHA:2020:2696
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en partneralimentatie na echtscheiding met aanpassing ingangsdatum en draagkracht
Het geschil betreft de vaststelling van kinderalimentatie en partneralimentatie na de echtscheiding van partijen. De rechtbank Rotterdam had kinderalimentatie vastgesteld vanaf 26 maart 2019, maar de man betwistte deze ingangsdatum en de hoogte van de alimentatie. Het hof overweegt dat de man door de lange duur van de procedure onevenredig wordt benadeeld als de alimentatie met terugwerkende kracht ingaat. Daarom wordt de ingangsdatum aangepast naar 25 november 2020.
De feiten tonen aan dat partijen in 2010 uit elkaar zijn gegaan en gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige. De behoefte van het kind wordt vastgesteld op ongeveer €528 per maand en de draagkracht van de man wordt berekend rekening houdend met zijn inkomen en schulden, resulterend in een draagkracht van €205 per maand voor kinderalimentatie.
De partneralimentatie wordt afgewezen omdat de man onvoldoende draagkracht heeft en kinderalimentatie voorrang heeft. De vrouw ontvangt een bijstandsuitkering en is volgens het hof niet in staat om volledig in haar eigen levensonderhoud te voorzien, maar de man kan geen partneralimentatie betalen. De kosten van het hoger beroep worden ieder door de eigen partij gedragen.
Uitkomst: De man moet vanaf 25 november 2020 €205 per maand kinderalimentatie betalen, partneralimentatie wordt afgewezen.