Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- op 21 december 2018 een brief van 20 december 2018 met bijlagen;
- op 22 januari 2019 een brief van 21 januari 2019 met bijlage;
- op 9 september 2019 een brief van 5 september 2019 met bijlagen;
- op 9 september 2019 een faxbericht van diezelfde datum met bijlage.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
€ 2.350.000,- aan de man toegedeeld, waarbij hij er zorg voor zal dragen dat de vrouw wordt gevrijwaard voor de aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldleningen met [de B.V.] van € 1.134.633,- en waarbij de man de helft van de overwaarde, zijnde een bedrag van € 607.683,50, aan de vrouw dient te betalen;
- partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van 16 juni 1994 tot 14 november 1996 en van 7 december 1998 tot 19 maart 2018;
- partijen hebben beiden de Nederlandse nationaliteit;
- partijen zijn op 15 juni 1994 huwelijkse voorwaarden aangegaan waarbij zij het Nederlandse recht hebben aangewezen als het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht;
- deze rechtskeuze hebben zij bevestigd bij notariële akte tot opheffing huwelijkse voorwaarden van 29 november 2010 en waarbij zij de huwelijkse voorwaarden hebben gewijzigd in een algehele gemeenschap van goederen;
- als peildatum voor bepaling van de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap geldt de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift, te weten 1 februari 2017;
- de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op 19 maart 2018;
- bij beschikking van dit hof van 19 september 2018 is het door de vrouw ingestelde beroep tegen genoemde beschikking van 6 december 2017, welk beroep betrekking had op de partneralimentatie en de gebruikersvergoeding voor de woning in [land] , verworpen en de beschikking van 6 december 2017 “voor zover aan beroep onderworpen” bekrachtigd.