Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 27 oktober 2020
[appellante] ,
[geïntimeerde] ,
Procedure in hoger beroep
Beoordeling van het hoger beroep
Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag is voldaan, verbeurt huurder aan verhuurder van rechtswege per kalendermaand vanaf de vervaldag van dat bedrag een direct opeisbare boete van 2% van het verschuldigde per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300,00 per maand.”
volstrekt vergelijkbaar” is met de onderhavige. In die zaak ging het echter om een boete van € 16.046,- die werd gevorderd vanwege een niet betaalde onderhoudsnota van € 204,40, en matigde het hof de boete tot € 1.000,-. Die zaak is niet vergelijkbaar met de onderhavige, waarin aanspraak wordt gemaakt op een boete van € 25.000,- vanwege (jarenlange) achterstallige huur die is opgelopen tot een bedrag van meer dan € 15.000,-.