Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 21 april 2020
[appellante] ,
ING Bank N.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
1.1. In september 2005 heeft (de rechtsvoorganger van) ING met [appellante] een
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam (zittingsplaats Rotterdam) van 14 december 2018;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van ING begroot op € 2.020,-- aan verschotten en € 1.074,-- aan salaris advocaat; en
- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.