Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 14 januari 2020
Stichting WVO Zorg ,
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport),
Het geding
Feiten
grieven 1 tot en met 6geformuleerde bezwaren tegen de feitenvaststelling door de rechtbank.
f200.000 of meer slechts voor subsidie in aanmerking als daarvoor vooraf schriftelijk toestemming door het CVZ was verleend.
De vorderingen en de beslissing van de rechtbank
primair: voor recht verklaart dat de Staat tekortkomt in de nakoming van de verbintenis tot dekking van de exploitatielasten van het Atrium en dat de Staat gehouden is de schade die WVO lijdt en in de toekomst zal lijden ten gevolge van die tekortkoming aan WVO te vergoeden, met verwijzing naar de schadestaatprocedure;
subsidiair: voor recht verklaart dat de Staat onrechtmatig handelt jegens WVO door aan haar geen vergoeding te betalen die voorziet in dekking van de exploitatielasten van het Atrium en dat de Staat gehouden is de schade die WVO lijdt en in de toekomst zal lijden ten gevolge van het onrechtmatig handelen van de Staat aan WVO te vergoeden, met verwijzing naar de schadestaatprocedure;
De beoordeling in hoger beroep
intern binnen de NZa [zal worden] bezie[n] wat de ‘houdbaarheid’ van het standpunt van de NZa is.”VWS en de NZa hebben zich dus niet tot enig resultaat verplicht.
geen zekerheid kan bestaan voor de verdere financiering naar de toekomst toe.”Ook de NZa heeft er in haar in r.o. 1.12 genoemde brief op gewezen dat haar besluit om de exploitatielasten van het Atrium te financieren
“geen garanties met zich meebrengt voor toekomstige wijzigingen in de bekostigingssystematiek.”
grieven 7 tot en met 17falen. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. WVO zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten.