Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 7 april 2020
Stichting Divine Romance Ministries,
Gemeente Rotterdam,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
(…)1.1. Verhuurder verhuurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder de bedrijfsruimte ter grootte van 3.513 m² (schoolgebouw) (…)(…)
Er is sprake van een gebrek van het gehuurde als het gezien de staat of gezien een eigenschap of een andere niet aan huurder toe te rekenen omstandigheid niet aan huurder het genot kan verschaffen dat huurder daarvan bij het aangaan van de huurovereenkomst mag verwachten.’’
Inmiddels hebben partijen overeenstemming bereikt over een minnelijke
(…)
Zoals afgesproken de antwoorden op de vragen:
Bij beschikking van 9 oktober 2015 heeft de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam de ontruimingstermijn verlengd tot uiterlijk 1 december 2015 en bepaald dat de Stichting een gebruiksvergoeding aan de Gemeente is verschuldigd ter hoogte van € 9.256,81 per maand (zaak-, rolnummer: 4345067 CV EXPL 15-15946).
€ 130.601,98 thans aanspraak maakt op een bedrag van € 127.182,22 aan achterstallige huur- en verbruiksvergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente. Het hof zal daarom van dit verminderde bedrag uitgaan.
Daarnaast heeft de Gemeente haar vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten van € 400,-- gehandhaafd. Het hof komt aan beoordeling van dit laatste niet toe, nu deze kosten in eerste aanleg zijn afgewezen en tegen dit oordeel door de Gemeente geen (voldoende kenbare) grief is gericht.
Grieven 1, 3 en 4zijn gericht tegen de weergave van (de kern van de) stellingen van de Stichting. Met g
rief 2klaagt zij erover dat aan de Gemeente geen bewijs is opgedragen ten aanzien van de (systematiek van de) totstandkoming van de huurprijs.
Grief 5is gericht tegen de overweging dat de huurprijs van het gehuurde op jaarbasis is bepaald.
Grief 6is gericht tegen de overweging dat algemeen bekend is dat de vermelding ‘BVO, VVO of GO’ in de vastgoedmarkt bij de vastlegging van een huurprijs op basis van het aantal vierkante meters gebruikelijk is.
Grief 7is gericht tegen de overweging dat aan de Stichting een kadastrale kaart van het perceel waarop het gehuurde is gelegen, is overhandigd.
Grief 8komt op tegen de gestelde omstandigheid dat de kantonrechter heeft nagelaten te onderzoeken of de huurprijs kostendekkend was.
Grief 9komt op tegen de overweging dat de Gemeente de (oorspronkelijke) kostprijsdekkende huurprijs van het gehuurde heeft ‘doorgezet’ aan de Stichting en dat deze huurprijs niet was gebaseerd op het aantal vierkante meters van het gehuurde.
Grief 10(1)is gericht tegen de overweging dat de gehuurde oppervlakte 2.756,44 m² bedraagt. Volgens de Stichting heeft zij in werkelijkheid 2.542,06 m² gehuurd. Daarnaast komt de grief op tegen het oordeel dat de Stichting niet zou hebben gedwaald en de motivering daarvan.
Grief 11bevat als klacht dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de Stichting zich ten aanzien van de huurpenningen enkel op verrekening heeft beroepen, terwijl zij ook heeft aangevoerd dat een te hoge huur in rekening is gebracht.
Voor de goede orde wijst het hof er nog op dat door de Gemeente is bestreden dat een bepaald aantal vierkante meters is verhuurd aan de Stichting.
van de soort als waarop de overeenkomst betrekking op heeft’’, is niet opgenomen in deze contractuele bepaling. Of sprake is van een ‘gebrek’ dient dus subjectief te worden beoordeeld, waardoor beslissend is wat de Stichting op grond van deze huurovereenkomst mocht verwachten. Nu medewerkers van de Stichting het gehuurde voor het sluiten van de huurovereenkomst enkele malen hebben bezocht, kan niet worden gezegd dat de Stichting in redelijkheid meer vierkante meters kon verwachten dan het gehuurde in werkelijkheid omvatte (waarbij in het midden kan blijven of de Stichting bij het huurcontract een kadastrale tekening met betrekking tot het gehuurde heeft ontvangen). Het verweer dat de Stichting de algemene bepalingen niet zou hebben ontvangen, wordt verworpen nu zij de huurovereenkomst heeft getekend en hierin staat dat zij de voorwaarden heeft ontvangen en met de inhoud hiervan verklaart bekend te zijn. Zonder toelichting – die ontbreekt – bestaat evenmin aanleiding om de algemene bepalingen te vernietigen.
uithoren" over haar plannen en waartoe dat had moeten leiden. Nog daargelaten dat de Stichting over voormelde onderwerpen zelf geen vragen aan de Gemeente heeft gesteld.
Beslissing
met dien verstandedat in plaats van
de veroordeling van de Stichting tot betaling aan de Gemeente van een bedrag aan achterstallige huur en gebruiksvergoeding van € 130.601,98 (inclusief bijkomende kosten),
gelezen moet worden een bedrag van € 127.182,
22te vermeerderen met wettelijke rente, vanaf het moment van verschuldigdheid van de deelbetalingen tot aan de dag der algehele voldoening; vernietigt het vonnis op dit onderdeel en doet opnieuw recht zoals hiervoor vermeld
€ 9.356,-- aan salaris advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van dit arrest moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van veertien dagen tot aan de dag van voldoening;